|
|
|||
|
Jan's Akkerpunctuurs (16) |
|||
|
Jan's monthly columns called
Akkerpunctures as published in Akkerpunktuur. Het is iedere keer weer een (z)waar genoegen om maar weer es wat te schrijven over mijn wereldje. Kwam zó uit Moskou binnen, en meteen die wurtel aan de bek en slobberen maar, én goéd! Ik hoop, dat ik weer eens met hem speel. Dat zal ook zeker gebeuren, want hij heeft een nachtclub in Moskou, dus dat komt wel goed. Toen we in het aanliggende pand zaten als kleedruimte kreeg je meteen het idee, dat je niet in Nederland was. Alles in het Russisch, waar ik toch al geen zak van begrijp, maar absoluut geen belemmering vormt voor de muziek. Dus het zaaltje (de tent dus) liep vol, en als laatste natuurlijk de baas van de Nederlandse bank, de heer Wellink die, omdat hij te laat was, recht met z’n koker voor een speakerkast werd geplaatst. Hierdoor zat hij constant met een vinger in z’n oor. De aartsbisschop van de Russische kerk was ook nog ingevlogen (ben zijn naam helaas kwijt) met zo’n zwarte jurk aan en een rode muts met een gouden vliegtuig erop. En zoals een goede Rus betaamd, wist `ie ook meteen de weg naar de whisky te vinden; om het ijs een beetje te dooien, om zo te zeggen. Later stond ik met een Hindoestaanse dame te praten, waar steeds een vervelende Fries met zo`n rood brilletje (om maar te laten zien dat `ie echt rood was, dus pro PvdA) door heen stond te lullen. Hij deed van alles om maar indruk op die dame te maken. En maar zeiken: “Ik was in de Seventies één van jouw allergrootste fans.” Wel in het Engels natuurlijk, anders verstond die dame het niet. En het draaide er toch allemaal om maar indruk te maken. Ik dacht nog: “Kan ik dat hier wel maken?”, maar besloot het haar toch maar uit te leggen. Het verhaal gaat over een failliete boer, die een kinderboerderij was begonnen, wat ze al een prachtig gegeven vond. Hij had besloten als attractie een Zebra te importeren, om het geheel een wat je noemt een exotischer aanzicht te geven. Die zebra word losgelaten tussen al die andere beesten en na een dag verveelt `ie zich al rot. Hij schiet een kip aan en vraagt `m: “Wat doe jij hier zo`n beetje de hele dag?” Die kip legt uit: “Nou, een beetje krabben in de grond en beetje tokken, dan weer is een eitje breien, dan ff onder de haan, eigenlijk iedere dag hetzelfde.” Zelfde met het varken, de geiten, de schapen, de koeien, enz. De zebra vond al die verhalen geen reet aan (raar beest). Ineens ziet hij een knoert van een knol staan (hoe heet zo`n beest ook alweer, oh ja, een hengst). Hij eropaf: “Hééé, wat doe jíj hier eigenlijk?” Die knol kijkt ‘m aan en zegt: “Als jij nou ff je pyjama uittrekt, zal ik `t even voordoen!” Jan
|
|||