Haarlems Dagblad 19 - 8 - 2000

 

 


Ontspannender had de derde dag van Haarlem Jazzstad niet kunnen beginnen. Alsof meestergitarist Jan Akkerman gistermiddag op de camping zat. Met twee goede vrienden. Op een blauw klapstoeltje. Wachtend tot de barbecue heet genoeg was om er de eerste worstjes op te leggen. Ondertussen wat spelend. Een beetje jazz. Relaxed. Het werd het tweede fraaie hoogtepunt van deze aflevering van het festival.

RECENSIE RICHARD STEKELENBURG Haarlem Jazzstad. Met: o.a. Jan Akkerman. Gehoord: vrijdag 18 augustus 2000, Jazztent, Grote Markt, Haarlem.

Het was niet voor het eerst dat Jan Akkerman Jazzstad aandeed. Drie jaar geleden was hij er ook. Maar toen met een meer op rock georiënteerde show. ?Ik had toen nog niet helemaal door wat de bedoeling was?, vertelde hij nu. Het optreden van destijds maakte dan ook minder indruk dan dat van gisteren. Voor een goed deel was dat te danken aan de twee ?vrienden?die hem vergezelden. Bassist Frank Noya voorop, Akkerman?s eerste muziekleraar met wie de gitarist zo?n twintig jaar gelden voor het laatst samenspeelde. Een man die met gesloten ogen vol gevoel de warmste baslijnen kan neerleggen. En een subtiel drummende Nanning van der Hoop, afwisselend met kwasten en stokken. Het blijft een intrigerend schouwspel te zien hoe de vingers van Akkerman?s reusachtige handen de snaren van zijn Gibson L5 zo liefdevol kunnen strelen. Terwijl de gitarist zijn instrument Since my baby left me liet zingen of jazznoten liet fladderen als late zomeravondvlinders, zocht hij voortdurend het oogcontact met Noya. Van der Hoop bespiedde ondertussen bijna onophoudelijk van onder de bekkens de gitarist. Een spel van in de gaten houden en in de gaten gehouden worden. Om elkaar zo uit te dagen, aan te moedigen en weer even los te laten. Ondertussen regelmatig elkaar toelachend, soms zelfs hardop. Altijd ontspannen en toch bij voortduring spannend. Resulterend in een adembenemend blokje Django Reinhardt.

Translation

Breathtaking performance Akkerman

The third day of Haarlem Jazzstad could not have started in a more relaxing way. As if master guitarist Jan Akkerman was sittting at a camp site. With two good friends. On a blue folding-chair. Waiting until the barbecue would be hot enough to put the first saucages on. Meanwhile making a little music. A bit of jazz. Relaxed. This became the second best peak of this issue of the festival.

REVIEW RICHARD STEKELENBURG Haarlem Jazzstad. With: i.a. Jan Akkerman. Heard: Friday August, 18, 2000, Jazztent, Grote Markt, Haarlem.

It wasn?t the first time that Jan Akkerman visited Jazzstad. Three years ago he was there too. But then with a more on rock music oriented show. ?I did not understand the full meaning of it then?, he now said. At the time the gig was less impressive than the one of yesterday. This was partially due to the two ?friends? who accompanied him. Bassist Frank Noya in the lead, Akkerman?s first music teacher with whom the guitarist made music some 20 years ago for the last time. A man who can lay down the warmest bass lines in a sensitive way with his eyes closed. And a subtle drumming Nanning van der Hoop, alternately using brushes or sticks. It always is an intrigueing view to see how the fingers of Akkerman?s giant hands can touch the strings of his Gibson L5 in such a loving manner. While the guitarist lets his instrument sing Since my baby left me or some jazznotes flutter like butterflies on a late summernight, he?s constantly seeking eye contact with Noya. Meanwhile Van der Hoop was looking at the guitarist from under his cymbals almost all the time. A game of watching and being watched. To challenge, encourage one another and then let go for a while. At the same time they are regularly smiling at one another, sometimes even laughing out loud. All the time in a relaxing way and still always exciting. Resulting in a breathtaking block of Django Reinhardt.

Translated by Irene Heinicke